Koninklijke Rederijkers kamer Tollens



Een nieuwejaarsgroet aan Sappemeer


Standplaats van Tollens
Zij trekt ons altijd weer,
zelfs vanuit verre oorden
komen wij terug voor woorden
en op verzoek ( het bestuur riep,
omdat er weer een jaar verliep),
komen wij met gedichten
over de brug

en wel die over het Winschoterdiep,
(daar ligt nu de Dam).
Want als je vroeger van vakantie thuis kwam
rook je daar, we zijn heel dicht bij huis
ja echt waar, we zijn weer thuis.


Zo was het daar ooit
maar dat smerige diep
is nu al lang dicht gegooid,
wat, naar later bleek, niet had gehoeven,
want aardappelmeel-afval water werd gezuiverd kort nadien
was dat dan niet te voorzien?

Vergooide deze Veenkolonie daarmee al zijn troeven?
Later wij daarom niet over het verleden liggen snoeven:
In weer schone Veenkoloniale kanalen kan men vissen vangen
wat mag men meer verlangen?

Het heden van Tollens is waar deze groet
toch vooral over gaan moet.
Toneel spelen is een vreugd,
speciaal als dat gebeurt door de jeugd
Shakespeare's "Storm"
bij schijnsel van de maan
spookachtig verdroomde beelden
met gemak konden ze 't aan
nog zie je die/dat grote schip-troonstellage staan

Als je zag dat de jeugd dit vermag
kan dan ook oud Tollens nog wat spelen?
iets moois/geks/nieuws?
't Zal ons niet vervelen.

Woordkunst is van alle tyden
aan de rederijkerlieden
de plicht haar te verklanken,
of van veel vreemde woorden af te laten slanken
Als we alles opschreven wat we zeien
kon men later zich daarmee vermeien

En al hoeft het tegenwoordig niet meer te rijmen
een goed gebouwd gedicht kan langer schijnen
maar dit heeft beslist al genoeg lijnen,
laat het eind daarom
in het niets
verdwijnen

Jan Albert